Eerder dit jaar onderbrak ik mijn bezigheden. Het moest er eindelijk eens van komen. De vorige trainer van Ajax, Farioli, bleef in het nieuws. Hij deed het goed in Porto. In retrospectief had hij het ook goed gedaan bij Ajax, de ‘maar toch’-stemmen werden niettemin luider. Ik wilde voor mezelf begrijpen, wat er nu zo goed aan hem was, en waarom ik dat seizoen meer en meer gefascineerd raakte. Denken werd schrijven. Ik wist hoe ik moest eindigen. Ik kwam er ook achter hoe ik moest beginnen. Vlak voor het einde haperde het. Er ontbrak iets en ik wist niet wat. Dus schreef ik niet. Schrijven met de voorhamer was niet mijn stijl. Uit ervaring wist ik dat de oplossing op weg was. Soms duurde dat. Toen de ontbrekende informatie in mijn bewustzijn landde, maakte ik direct een soort van schema en hing dat op in mijn woonkamer. Het einde was nabij.
Gelukkig heb ik iemand dicht bij mij, die verstand van komma’s en van vorm en compositie heeft. Ze raadde me aan mijn mooiste vondst eruit te smijten. En ziedaar. Het verhaal liep als een trein.
Dat moest de deur uit.
Het verhaal is opgenomen in Hard Gras nummer 168.

